Europees Fonds Regionale Ontwikkeling (EFRO)

Logo Europees Fonds Regionale Ontwikkeling (EFRO)

Budget: €510 mln 
Doelen: innovatie en koolstofarme economie

De Europese Unie (EU) wil de economische verschillen tussen de Europese regio's verkleinen. Dat doet de EU met het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO).

Er zijn meerdere Europese structuurfondsen, waar het Europees Fonds Regionale Ontwikkeling (EFRO) er één van is. Het is onder andere bedoeld om de belangrijkste regionale onevenwichtigheden in de Europese Unie terug te dringen. Dit is sluit aan bij de doelstellingen van het Europese regionale beleid.

Subsidies die vanuit het Europees Fonds  voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) worden verstrekt, moeten het regionaal concurrentievermogen versterken. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat coördineert de besteding van de Nederlandse EFRO-gelden. Er worden 4 regionale programma’s opgesteld binnen Nederland waarmee de Europese prioriteiten worden vertaald naar regionale prioriteiten. Dit zijn: Operationeel Programma Noord, Oost, Zuid en Kansen voor West.

De EFRO-programma’s richting zich met name op innovatie, in het bijzonder op het opschalen van innovaties. Hierbij zijn de 25 missies binnen de 4 maatschappelijke thema’s van het nationale innovatiebeleid (energietransitie & duurzaamheid, landbouw, water & voedsel, gezondheid & zorg en veiligheid) leidend. Er wordt op dit nog aan deze programma’s gewerkt.

Interreg

Alle Interreg subsidies worden vanuit het EFRO betaald. Met deze programma’s wil de EU economische samenwerking en samenhang tussen de EU-regio’s verbeteren. Er bestaan programmasecretariaten op Europees niveau voor elke van de samenwerkingsverbanden. De Interreg subsidies worden dus niet via nationale overheden verdeeld. De subsidieaanvragen worden beoordeeld door de programmasecretariaten en kennen ook het geld toe.

Het lijkt erop dat de structuur van de Interreg programma’s in de nieuwe periode gaat veranderen. Er zijn drie traditionele samenwerkingsverbanden: Interreg A: Samenwerking in de grensregio’s, Interreg B: samenwerking tussen regio’s in de verschillende landen en Interreg C: samenwerking interregionaal en Europabreed. Deze drie samenwerkingsverbanden worden hervormd en er komen twee nieuwe samenwerkingsverbanden bij. De ene gewijd aan de ultra perifere regio’s en de andere aan interregionale samenwerking op het gebied van innovatie.

Daarnaast komt er een mogelijkheid om een samenwerking aan te gaan met landen buiten de Europese Unie. Verder worden de regels versimpeld. Inhoudelijk komt Interreg met de onderstaande 5 overkoepelende prioriteiten. Hiervan gaat het meeste geld naar de eerste 2 prioriteiten.

  1. A smarter Europe (innovatie, digitalisering, concurrentiekracht van het MKB)
  2. A greener, low-carbon Europe (duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit)
  3. A more connected Europe (sociale innovatie, toegang tot kwaliteitswerk en onderwijs, integratie van achtergestelde groepen, gelijke toegang tot gezondheidszorg)
  4. A more special Europe (sociale innovatie, toegang tot kwaliteitswerk en onderwijs, integratie van achtergestelde groepen, gelijke toegang tot gezondheidszorg)
  5. A Europe closer to citizens (duurzame ontwikkeling op lokaal niveau)